ECLI:NL:PHR:2010:BM6938
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep tegen niet-einduitspraak volgens art. 428 Sv
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Gravenhage waarin de kantonrechter in de Rechtbank Rotterdam bevoegd werd verklaard en het Openbaar Ministerie ontvankelijk in de vervolging. De kantonrechter had zich eerder deels onbevoegd verklaard en het OM niet ontvankelijk.
De verdediging stelde vijftien middelen van cassatie in. De Hoge Raad oordeelde dat op grond van artikel 428 van Pro het Wetboek van Strafvordering cassatieberoep tegen vonnissen of arresten die geen einduitspraak zijn zoals bedoeld in artikel 138 Sv Pro, slechts gelijktijdig met dat tegen de einduitspraak kan worden ingesteld.
Omdat de bestreden beslissing geen einduitspraak bevat, is het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard. Dit volgt uit vaste jurisprudentie, waaronder HR 30 november 1999, NJ 2000, 345. De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad was gericht op niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.
Uitkomst: Cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van einduitspraak in bestreden arrest.