ECLI:NL:HR:2010:BM7003

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 september 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/00476
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in partneralimentatiegeschil tussen voormalige echtelieden

In deze zaak stond een geschil tussen voormalige echtelieden centraal over partneralimentatie. De vrouw had beroep in cassatie ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof Arnhem van 10 november 2009, waarin het hof een eerdere beslissing bevestigde.

De Hoge Raad verwees naar eerdere vonnissen en beschikkingen van de rechtbank Arnhem en het gerechtshof Arnhem die ten grondslag lagen aan het geschil. De Advocaat-Generaal had geconcludeerd dat het cassatieberoep verworpen moest worden op grond van artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Daarmee werd het cassatieberoep van de vrouw verworpen en bleef de beschikking van het gerechtshof Arnhem in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de vrouw in het partneralimentatiegeschil is verworpen.

Uitspraak

10 september 2010
Eerste Kamer
10/00476
RM/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
[De man],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. R.F. Thunnissen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vrouw en de man.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak FN 1992/5821 van de rechtbank Arnhem van 27 januari 1994 en 14 november 1996;
b. de beschikking in de zaak 96065 / FA RK 03-10230 van de rechtbank Arnhem van 17 november 2003;
c. de beschikking in de zaak 097/2004 van het gerechts-hof te Arnhem van 27 juli 2004;
d. de beschikking in de zaak 163081 / FA RK 07-12679 van de rechtbank Arnhem van 5 augustus 2008;
e. de beschikking in de zaak 200.018.528 van het gerechtshof te Arnhem van 10 november 2009.
De beschikking van het hof van 10 november 2009 is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen laatstgenoemde beschikking van het hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De man heeft een verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO Pro.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 10 september 2010.