ECLI:NL:HR:2010:BM7049
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- E.J. Numann
- A. Hammerstein
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over kennelijk onredelijk ontslag en gevolgencriterium bij weigering passende functie binnen concern
De zaak betreft een werknemer die sinds 2001 in dienst was bij Staned B.V. en waarvan de arbeidsovereenkomst in 2006 werd opgezegd. De werknemer stelde dat het ontslag kennelijk onredelijk was, mede omdat hij geen passende functie binnen het concern werd aangeboden of hij een dergelijk aanbod had geweigerd. De kantonrechter verwierp het beroep op het ontbreken van een reden voor ontslag, maar vond de stelling van de werknemer onvoldoende geconcretiseerd om het gevolgencriterium van art. 7:681 lid 2 sub b BW Pro te toetsen.
Het hof oordeelde dat het ontslag kennelijk onredelijk was vanwege de ernst van de gevolgen voor de werknemer, mede gelet op zijn leeftijd en het ontbreken van voorzieningen door de werkgever, en kende een billijke vergoeding toe. Het hof had echter geen aandacht besteed aan het door de werkgever gestelde en met bewijs ondersteunde aanbod van een passende functie binnen het concern, dat door de werknemer was geweigerd.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof te Arnhem. De Hoge Raad stelt dat het aanbod van een passende functie binnen het concern, ook al is het niet doorslaggevend, wel moet worden meegewogen bij de toetsing aan het gevolgencriterium van art. 7:681 lid 2 sub b BW Pro. Daarmee wordt benadrukt dat alle omstandigheden van het geval in onderlinge samenhang moeten worden beschouwd.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het gerechtshof te Arnhem voor hernieuwde beoordeling met inachtneming van het geweigerde aanbod van passende functie.