ECLI:NL:HR:2010:BM8568

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 juni 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/04996 H
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Herziening
Rechters
  • F.H. Koster
  • J.P. Balkema
  • J.W. Ilsink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.8 APV AmsterdamArt. 468 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing herzieningsverzoek inzake overtreding APV Amsterdam

De aanvrager werd door de Kantonrechter te Amsterdam veroordeeld wegens overtreding van artikel 2.8, tweede lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van Amsterdam, met een geldboete van €90,- of subsidiair 1 dag hechtenis.

Tegen dit vonnis werd een verzoek tot herziening ingediend bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal bracht een conclusie uit waarin werd geadviseerd het verzoek ongegrond te verklaren.

De Hoge Raad heeft het verzoek tot herziening beoordeeld en achtte de gronden van de Advocaat-Generaal voldoende om het verzoek af te wijzen. De beslissing is genomen op grond van artikel 468 van Pro het Wetboek van Strafvordering.

Het arrest werd uitgesproken door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, waarbij de aanvrage tot herziening werd afgewezen.

Uitkomst: Het verzoek tot herziening van het verstekvonnis wordt afgewezen.

Uitspraak

22 juni 2010
Strafkamer
nr. 09/04996 H
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan bij verstek gewezen vonnis van de Kantonrechter in de Rechtbank te Amsterdam van 26 januari 2009, nummer 13/722774-08, ingediend door mr. R.T. Laigsingh, advocaat te Amsterdam namens:
[Aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979, wonende te [woonplaats].
1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
De Kantonrechter heeft de aanvrager ter zake van "overtreding van artikel 2.8, tweede lid, van de APV van Amsterdam" veroordeeld tot een geldboete van € 90,-, subsidiair 1 dag hechtenis.
2. De aanvrage tot herziening
De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
3. De conclusie van de Advocaat-Generaal
De Advocaat-Generaal Aben heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de aanvrage zal afwijzen.
4. Beoordeling van de aanvrage
De aanvrage is ongegrond. De Hoge Raad verwijst voor de gronden waarop dat oordeel berust naar de conclusie van de Advocaat-Generaal. Ingevolge art. 468 Sv Pro moet de aanvrage derhalve worden afgewezen.
5. Beslissing
De Hoge Raad wijst de aanvrage tot herziening af.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en J.W. Ilsink, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 22 juni 2010.