ECLI:NL:HR:2010:BM8907
Hoge Raad
- Cassatie
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Bevestiging cassatie over cessie vordering uit onverschuldigde betaling bij frauduleuze overboeking
In deze zaak stond de vraag centraal of een bank de vordering uit een onverschuldigde betaling, ontstaan door een frauduleuze overboeking, kon overdragen aan een derde door middel van cessie. De feiten betreffen een geschil tussen eiseres en ABN AMRO Bank over de rechtsgeldigheid van deze cessie.
De zaak werd behandeld door de kantonrechter en het gerechtshof, waarbij laatstgenoemde het standpunt van de bank bevestigde. Eiseres stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof, maar de Hoge Raad verwierp dit beroep zonder nadere motivering, mede op grond van artikel 81 van Pro het Wetboek van Rechtsvordering.
De Hoge Raad veroordeelde eiseres tevens in de kosten van het cassatiegeding. Het arrest bevestigt daarmee de geldigheid van de cessie van de vordering uit onverschuldigde betaling in het kader van frauduleuze overboeking en sluit het geschil definitief af.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de kosten van het geding.