ECLI:NL:HR:2010:BM8940

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 juli 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/02067
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 15 lid 2a BOPZArt. 2 lid 3 onder a BOPZArt. 15 lid 3 BOPZArt. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek machtiging voortgezet verblijf psychiatrisch ziekenhuis afgewezen door Hoge Raad

In deze zaak stond het verzoek tot machtiging voor voortgezet verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis centraal, waarbij de vraag speelde of er sprake was van gevaar zoals bedoeld in art. 15 lid Pro 2a BOPZ en of betrokkene bereid was tot vrijwillige voortzetting van het verblijf volgens art. 2 lid 3 onder Pro a juncto 15 lid 3 BOPZ.

De rechtbank Utrecht had op 22 februari 2010 een beschikking gegeven, waartegen betrokkene beroep in cassatie instelde. De officier van justitie diende geen verweerschrift in. De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het beroep.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Daarom werd het cassatieberoep verworpen en bleef de beschikking van de rechtbank in stand, waarmee het verzoek tot machtiging voortgezet verblijf werd afgewezen.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de beschikking tot afwijzing van het verzoek tot machtiging voortgezet verblijf blijft in stand.

Uitspraak

9 juli 2010
Eerste Kamer
10/02067
RM/SV
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[Verzoekster],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. G.E.M. Later,
t e g e n
DE OFFICIER VAN JUSTITIE IN HET ARRONDISSEMENT UTRECHT,
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als betrokkene en de officier van justitie.
1. Het geding in feitelijke instantie
Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak 280896 / FA RK 10-367 van de rechtbank Utrecht van 22 februari 2010.
De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van de rechtbank heeft betrokkene beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De officier van justitie geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 9 juli 2010.