ECLI:NL:PHR:2010:BM8940
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt machtiging voortgezet verblijf psychiatrisch ziekenhuis ondanks betwisting bereidheid en gevaar
Betrokkene verblijft sinds april 2009 in een psychiatrisch ziekenhuis op grond van een machtiging. De officier van justitie verzocht verlenging van deze machtiging wegens gevaar voor maatschappelijke teloorgang en het ontbreken van de nodige bereidheid tot vrijwillig verblijf. De rechtbank verleende de machtiging voor een half jaar, stellende dat betrokkene weigert mee te werken aan behandeling en diagnose, en dat het gevaar niet door hulp buiten het ziekenhuis kan worden afgewend.
Betrokkene stelde in cassatie dat zij wel degelijk bereid is in het ziekenhuis te verblijven tot zij een woning heeft en dat het gevaar onvoldoende is gemotiveerd. De Hoge Raad oordeelt dat de stoornis van betrokkene onbetwist is en dat het gevaar van maatschappelijke teloorgang voldoende aannemelijk is, mede vanwege haar weigering tot behandeling. Het ontbreken van de nodige bereidheid betreft niet het feitelijk verblijf, maar de medewerking aan noodzakelijke behandeling, hetgeen de rechtbank terecht heeft vastgesteld.
De Hoge Raad wijst er verder op dat de rechtbank een beoordelingsmarge heeft en dat het geclausuleerde aanbod van betrokkene tot ambulante hulp niet als voldoende bereidheid kan worden gezien. De klachten over motivering en het ontbreken van een concrete situatie waarin de instelling moest ingrijpen falen. Het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de machtiging tot voortgezet verblijf wordt bevestigd.