ECLI:NL:HR:2010:BM9088
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Huurrechtelijke opzegging bedrijfsruimte bij contractsovername
In deze zaak stond centraal of een opzegging van huur van een bedrijfsruimte door de vorige huurder tijdens de eerste huurtermijn ook geldt als opzegging door degene die door contractsovername huurder is geworden. De zaak betrof een geschil tussen eiser en de Staat der Nederlanden over de rechtsgeldigheid van een dergelijke opzegging.
De procedure begon bij de kantonrechter te Helmond met vonnissen in 2007 en 2008, waarna het gerechtshof te 's-Hertogenbosch in 2009 arrest wees. Tegen dat arrest werd cassatie ingesteld bij de Hoge Raad. De Hoge Raad verwees naar de eerdere uitspraken en concludeerde dat de klachten van eiser niet tot cassatie konden leiden.
De Hoge Raad oordeelde dat de opzegging door de vorige huurder tijdens de eerste termijn ook geldt als opzegging door de contractsovernemer, zonder nadere motivering omdat de klachten niet leidden tot beantwoording van rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het beroep werd verworpen en eiser werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het cassatieberoep werd verworpen en de opzegging door de vorige huurder geldt als opzegging door de contractsovernemer.