ECLI:NL:HR:2010:BM9091
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid eisers wegens niet-indienen grieven bij procureur
In deze zaak zijn eisers in cassatie gegaan tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam dat een geschil betrof binnen het huurrecht en procesrecht. De Hoge Raad verwijst naar eerdere vonnissen en arresten in de feitelijke instanties en behandelt het cassatieberoep.
De kern van het geschil is dat eisers hun grieven niet bij de procureur hebben ingediend, wat een vereiste is volgens artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie (RO). Hierdoor zijn zij door het gerechtshof terecht niet-ontvankelijk verklaard.
De Hoge Raad bevestigt deze niet-ontvankelijkheid en wijst het cassatieberoep af zonder nadere motivering, omdat de klachten niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De kosten van het geding in cassatie worden aan de zijde van de verweerster begroot op nihil. Het arrest is gewezen door een meervoudige kamer en in het openbaar uitgesproken door raadsheer E.J. Numann op 17 september 2010.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eisers wordt verworpen wegens niet-indienen van grieven bij de procureur.