ECLI:NL:HR:2010:BM9405
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- W.M.E. Thomassen
- H.A.G. Splinter- van Kan
- W.F. Groos
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over niet-ontvankelijkheid benadeelde partij en kostenverwijzing
In deze strafzaak heeft de benadeelde partij een vordering tot schadevergoeding ingediend, maar werd zij door het hof niet-ontvankelijk verklaard en werd bepaald dat zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. Tevens wees het hof de verdachte aan om de kosten van de benadeelde partij te vergoeden.
De Hoge Raad oordeelt dat een dergelijke niet-ontvankelijkverklaring niet automatisch betekent dat de benadeelde partij zelf de kosten moet dragen. De beslissing om de verdachte in de kosten te verwijzen vereist een nadere motivering, die in deze zaak ontbrak. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest voor zover het de kostenverwijzing betreft en verwijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beslissing.
Daarnaast constateert de Hoge Raad dat de redelijke termijn voor de behandeling van het cassatieberoep is overschreden, wat leidt tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van acht maanden naar zeven maanden en drie weken, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
De overige klachten van het cassatieberoep worden verworpen. Het arrest is gewezen door vijf raadsheren onder voorzitterschap van de vice-president en uitgesproken op 23 november 2010.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest voor de kostenverwijzing, vermindert de straf wegens termijnoverschrijding en verwijst de zaak terug naar het hof.