ECLI:NL:HR:2010:BM9757
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A. Hammerstein
- J.C. van Oven
- C.A. Streefkerk
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid moedermaatschappij voor gebrekkige opslaghal en exoneratieclausule
In deze zaak ging het om de aansprakelijkheid van een moedermaatschappij ([Eiseres]) voor schade veroorzaakt door het instorten van het dak van een opslaghal die zij verhuurde aan haar dochtermaatschappij ([A]). De dochter exploiteerde een opslag- en expeditiebedrijf en sloot met Edco een opslagovereenkomst waarin een exoneratieclausule was opgenomen die de aansprakelijkheid beperkte.
Edco stelde [Eiseres] aansprakelijk voor de door het instorten van het dak geleden schade. De rechtbank en het hof oordeelden dat [Eiseres] geen beroep kon doen op de exoneratieclausule omdat deze alleen tussen [A] en Edco gold. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en wees erop dat de nauwe verwevenheid tussen moeder en dochter niet automatisch leidt tot doorwerking van de exoneratieclausule naar de moedermaatschappij.
Verder werd geoordeeld dat het gebrek in de dakconstructie niet in verband stond met de bedrijfsuitoefening van [A], zodat de wettelijke aansprakelijkheid van de moedermaatschappij op grond van artikel 6:174 BW Pro bleef bestaan. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en veroordeelde [Eiseres] in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de moedermaatschappij aansprakelijk blijft en geen beroep kan doen op de exoneratieclausule tussen dochter en derde.