ECLI:NL:HR:2010:BN1255
Hoge Raad
- Cassatie
- A. Hammerstein
- W.D.H. Asser
- C.E. Drion
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot afdracht bouw-cao premies wegens verzekeringsfraude
In deze zaak vorderden eisers, waaronder het Landelijk Instituut Sociale Verzekeringen en diverse stichtingen uit de bouwnijverheid, de afdracht van cao-premies die verschuldigd zouden zijn in verband met de uitvoering van bouwwerkzaamheden door privé-personen. De rechtbank Amsterdam wees de vordering af, waarna het gerechtshof Amsterdam dit oordeel bevestigde.
Eisers stelden beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad verwees naar de eerdere vonnissen en het arrest van het hof, die integraal deel uitmaken van de procedure. De Advocaat-Generaal adviseerde het beroep te verwerpen op grond van artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriepen. Het beroep werd verworpen en eisers werden veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, welke nihil werden begroot aan de zijde van de verweerders.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eisers wordt verworpen en de vordering tot afdracht van cao-premies wordt afgewezen.