ECLI:NL:HR:2010:BN1405
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- W.A.M. van Schendel
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- C.E. Drion
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid rechtbank bij onrechtmatige daad en uitleg EEX-Verordening art. 5 lid 3
Deze zaak betreft een geschil tussen Zuid-Chemie B.V. en Philippo's Mineralenfabriek N.V. over de plaats van de initiële schade in het kader van een onrechtmatige daad en de toepasselijkheid van art. 5, aanhef en onder 3, van de EEX-Verordening.
De Hoge Raad verwijst naar een eerdere prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJEU), dat heeft geoordeeld dat de term "plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan" duidt op de plaats waar de initiële schade is ingetreden bij het normale gebruik van het product voor het doel waarvoor het bestemd is.
De Hoge Raad stelt vast dat het hof ten onrechte oordeelde dat de initiële schade reeds was ingetreden in België bij aflevering van het product, terwijl dit volgens het HvJEU de plaats van productie in Sas van Gent (Nederland) betreft. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof en het vonnis van de rechtbank Middelburg en verklaart deze rechtbank bevoegd om de zaak inhoudelijk te behandelen.
De Hoge Raad veroordeelt Philippo's in de proceskosten en wijst het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep af wegens intrekking. Het arrest is gewezen door een kamer met zes raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 8 oktober 2010.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de rechtbank Middelburg bevoegd en vernietigt het arrest en vonnis van het hof en de rechtbank.