ECLI:NL:HR:2010:BN1422

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 oktober 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/04153
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in zaak beroepsfout advocaat en causaal verband

In deze zaak stond de vraag centraal of er sprake was van een beroepsfout door de advocaat van eiser en of deze fout causaal verband hield met de geleden schade. Eiser had tegen de uitspraak van het gerechtshof Amsterdam beroep in cassatie ingesteld nadat hij in eerdere instanties was afgewezen.

De Hoge Raad verwijst naar de vonnissen van de rechtbank Amsterdam en het gerechtshof Amsterdam, die aan het arrest zijn gehecht. Tegen verweerder was verstek verleend, en eiser werd in cassatie bijgestaan door zijn advocaat.

De Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van het cassatieberoep met toepassing van artikel 81 van Pro het Wetboek van Rechtsvordering. De Hoge Raad volgt dit advies en verwerpt het beroep zonder nadere motivering, omdat de klachten niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Eiser wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, waarbij de kosten aan de zijde van verweerder nihil worden vastgesteld. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een vierde raadsheer op 8 oktober 2010.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitspraak

8 oktober 2010
Eerste Kamer
09/04153
DV/IS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
[Verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerder].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 370550/HA ZA 07-1429 van de rechtbank Amsterdam van 12 december 2007;
b. het arrest in de zaak 200.003.957/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 17 maart 2009.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerder] is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het cassatieberoep met toepassing van art. 81 RO Pro.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, W.D.H. Asser en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 8 oktober 2010.