ECLI:NL:PHR:2010:BN1422
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing vordering wegens ontbreken causaal verband bij beroepsfout advocaat
Eiser vordert schadevergoeding wegens een vermeende beroepsfout van zijn advocaat in het kader van een ontbindingsprocedure van zijn arbeidsovereenkomst. Zowel de rechtbank als het Hof Amsterdam wijzen de vordering af. Het Hof oordeelt dat het ontbreekt aan causaal verband tussen de beroepsfout en het door eiser geleden nadeel.
In cassatie richt eiser zich tegen diverse onderdelen van het arrest, waaronder de waardering van de feiten, de stellingen over re-integratieverplichtingen van de werkgever en de toerekenbaarheid van schade. De Hoge Raad constateert dat het Hof zich bewust was van de relevante feiten en dat eiser onvoldoende concreet heeft gemaakt waarom het oordeel van het Hof onjuist zou zijn.
De Hoge Raad benadrukt dat het enkele feit dat een beroepsfout is gemaakt niet automatisch causaal verband impliceert en dat kansschade niet zonder meer toewijsbaar is. De klachten van eiser falen omdat hij onvoldoende feitelijke onderbouwing geeft en het Hof een waardering van feitelijke aard heeft gemaakt die bestand is tegen cassatie.
De conclusie van de Advocaat-Generaal is dat het cassatieberoep moet worden verworpen, met toepassing van artikel 81 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de vordering tot schadevergoeding wegens beroepsfout wordt afgewezen.