ECLI:NL:HR:2010:BN4307
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- W.M.E. Thomassen
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens onvoldoende bewijs feitelijke leiding bij niet-naleving administratieve verplichtingen
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden waarin verdachte werd bewezen verklaard dat hij feitelijke leiding gaf aan verboden gedragingen van de besloten vennootschap [A] B.V., die opzettelijk niet voldeed aan administratieve verplichtingen jegens het UWV en het Landelijk Instituut Sociale Verzekeringen.
De bewezenverklaring steunde op verklaringen van verdachte zelf, getuigenverklaringen, proces-verbalen van politie en administratieve documenten. Het hof oordeelde dat ondanks het inschakelen van een extern administratiekantoor, de feitelijke leiding en verantwoordelijkheid bij verdachte lag.
De verdediging voerde aan dat het opzet en de feitelijke leiding niet wettig en overtuigend waren bewezen, mede omdat de administratie extern werd uitgevoerd. De Hoge Raad oordeelt dat uit de bewijsmiddelen niet zonder meer volgt dat verdachte telkens feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedragingen.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest uitsluitend voor het onderdeel feitelijke leiding en de strafoplegging en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest voor het onderdeel feitelijke leiding en wijst zaak terug voor hernieuwde berechting.