ECLI:NL:HR:2010:BN4309

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 oktober 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/00698
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Nietig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 408a SvArt. 412 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nietigverklaring oproeping verdachte voor terechtzitting hoger beroep zonder nieuwe dagvaarding

In deze zaak stond de vraag centraal of een oproeping van de verdachte voor een terechtzitting in hoger beroep volstaat nadat de oorspronkelijke dagvaarding in hoger beroep nietig is verklaard. De verdachte was niet verschenen bij de terechtzitting van 1 september 2008, waarna verstek werd verleend en de zaak werd voortgezet.

De Hoge Raad oordeelde dat de wet niet voorziet in het aanhangig maken van een zaak in hoger beroep door enkel een oproeping na nietigverklaring van de dagvaarding. Volgens artikel 412, tweede lid, Wetboek van Strafvordering, dient de zaak in hoger beroep aanhangig te worden gemaakt door oproeping of dagvaarding, waarbij de oproeping ziet op een aanstonds bij het instellen van appel uit te reiken oproeping conform artikel 408a Sv.

Omdat de dagvaarding in hoger beroep was nietig verklaard, had een nieuwe dagvaarding moeten worden uitgebracht voor de terechtzitting van 1 september 2008. Het hof had ten onrechte volstaan met een oproeping. De Hoge Raad vernietigde daarom het bestreden arrest en verklaarde de oproeping nietig.

De overige middelen behoefden geen bespreking. Dit arrest bevestigt de strikte procedurele eisen voor de aanhangigmaking van strafzaken in hoger beroep en benadrukt het belang van correcte dagvaarding na nietigverklaring.

Uitkomst: De oproeping van de verdachte voor de terechtzitting in hoger beroep is nietig verklaard en het arrest van het hof vernietigd.

Uitspraak

5 oktober 2010
Strafkamer
nr. 09/00698
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 1 september 2008, nummer 20/002811-07, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben mr. C.W. Noorduyn en mr. Th.J. Kelder, beiden advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Vegter heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot nietigverklaring van de oproeping voor de terechtzitting van 1 september 2008.
2. Beoordeling van het eerste middel
2.1. Het middel klaagt dat voor de terechtzitting in hoger beroep van 1 september 2008 ten onrechte is volstaan met de oproeping van de verdachte.
2.2. De stukken van het geding houden het volgende in:
(i) de aantekening mondeling arrest van de Enkelvoudige Kamer van 4 april 2008, inhoudende de nietigverklaring van de dagvaarding in hoger beroep;
(ii) de oproeping van de verdachte voor de terechtzitting in hoger beroep van 1 september 2008;
(iii) het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 1 september 2008, inhoudende dat tegen de aldaar niet verschenen verdachte verstek wordt verleend en dat de behandeling van de zaak wordt voortgezet.
2.3. Ingevolge art. 412, tweede lid, Sv wordt de zaak in hoger beroep ter terechtzitting aanhangig gemaakt door oproeping of dagvaarding vanwege de advocaat-generaal aan de verdachte betekend, teneinde terecht te staan ter zake van een of meer van de feiten hem in eerste aanleg telastegelegd. De in dit artikellid bedoelde oproeping ziet op de mogelijkheid van een aanstonds bij het instellen van appel uit te reiken oproeping voor een bepaalde terechtzitting, zoals geregeld in art. 408a Sv.
2.4. Nu de wet in een geval als het onderhavige niet erin voorziet de zaak door middel van een oproeping ter terechtzitting in hoger beroep aanhangig te maken, had na de hiervoor onder (i) vermelde nietigverklaring van de dagvaarding een nieuwe dagvaarding dienen te worden uitgebracht voor de onder (ii) genoemde terechtzitting.
Het in de bestreden uitspraak besloten liggende andersluidende oordeel van het Hof is dus onjuist.
2.5. Het middel is terecht voorgesteld. De Hoge Raad zal de oproeping van de verdachte om ter terechtzitting van 1 september 2008 in hoger beroep te verschijnen nietig verkaren.
3. Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven, de overige middelen geen bespreking behoeven en als volgt moet worden beslist.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak;
verklaart de oproeping van de verdachte om te verschijnen op de terechtzitting in hoger beroep van 1 september 2008 nietig.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. Dorst als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en W.F. Groos, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 5 oktober 2010.