ECLI:NL:HR:2010:BN4324
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtsgeldigheid betekening appeldagvaarding bij verblijfplaats in buitenland
In deze zaak stond centraal de vraag of de betekening van de appeldagvaarding rechtsgeldig was, terwijl de verdachte zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland verbleef en was vertrokken naar het buitenland. Het Gerechtshof Amsterdam had geoordeeld dat de betekening rechtsgeldig was.
De verdachte stelde in cassatie dat het Hof onvoldoende had onderzocht of navraag was gedaan bij de gemeente of de verdachte bij zijn vertrek de benodigde adresgegevens had opgegeven. De Hoge Raad bevestigde dat het Hof eerst navraag had moeten doen bij de gemeente alvorens aan te nemen dat de verblijfplaats in het buitenland niet bekend was.
Echter, de Hoge Raad stelde vast dat de verdachte bij zijn vertrek geen adresgegevens had verstrekt, waardoor het ontbreken van navraag niet tot cassatie leidt. Het cassatieberoep werd daarom verworpen en de zaak werd niet vernietigd.
De uitspraak benadrukt het belang van het verstrekken van juiste adresgegevens door de verdachte en de zorgvuldigheid die het Hof moet betrachten bij de beoordeling van de betekening van processtukken.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en de rechtsgeldigheid van de betekening van de appeldagvaarding wordt bevestigd.