Conclusie
14 september 2021:
17.september 2021
23.september 2021
DE (ON)GELDIGHEID VAN DE OPROEPING IN DE ZAAK [verdachte]
Verdrag Nederland – Verenigde Staten aangaande wederzijdse rechtshulp in strafzakenhad de aangezochte staat via een rechtshulpverzoek gevraagd moeten worden om de oproep te betekenen. Ook dat lijkt niet te zijn gebeurd.
Geldigheid van de betekening van de oproeping en in verband daarmee het verzoek tot aanhouding van de zaak
Betekening bij bekende woon- of verblijfplaats in het buitenland
NJ2010/198 overwoog Uw Raad dat de in rov. 3.20 van het overzichtsarrest verwoorde verplichting om navraag te doen bij de desbetreffende gemeente ook geldt indien de genoemde opgave van de GBA weliswaar een plaats in een ander land inhoudt maar niet de voor betekening benodigde adresgegevens. [9] In HR 10 januari 2017, ECLI:NL:HR:2017:27,
NJ2017/44 heeft Uw Raad deze onderzoeksplicht aldus verstaan dat ingeval de informatiestaat SKDB in de rubriek ‘huidig BRP-adres’ een aanknopingspunt bevat voor het vermoeden dat de verdachte een woon- of verblijfplaats in het buitenland heeft, navraag moet worden gedaan of zijn adresgegevens zijn geregistreerd in de databank Registratie Niet-Ingezetenen. Die verplichting geldt niet als ‘in een andere rubriek, te weten de rubriek “laatst opgegeven woon- of verblijfplaats” (…) weliswaar een buitenland is vermeld doch niet een adres’. [10]
wijst toe- overeenkomstig het standpunt van het Openbaar Ministerie - het verzoek tot het doen horen van de navolgende personen als getuige:
schorsthierop het onderzoek voor
onbepaalde tijd;
14 september 2021
’17 september 2021
1. Kunt u bevestigen dat er op geen enkel moment contact is geweest met de verdediging in de zaak [medeverdachte] omtrent de uitvoering van de verhoren?
Van:UK Central Authority < [e-mailadres 1] @homeoffice.gov.uk>
21 september 2021
23.september 2021
HERHAALD VERZOEK TOT AANHOUDING EN HET HOREN VAN GETUIGEN
Getuigenverzoeken en in verband daarmee het verzoek tot aanhouding van de zaak
tweedemiddel bevat de klacht dat het hof ten onrechte, althans onvoldoende gemotiveerd, de verzoeken tot het horen van de getuigen [betrokkene 35] en [betrokkene 12] heeft afgewezen. ’s Hofs beslissing dat er geen verdedigingsbelang zou zijn bij het horen van de getuigen zou tegen de achtergrond van het procesverloop en al hetgeen eerder over dat belang zou zijn gecommuniceerd en vastgesteld, onvoldoende gemotiveerd en onbegrijpelijk zijn. Bovendien zou het hof in het geval van de getuige [betrokkene 12] vooruit zou zijn gelopen op wat hij mogelijk wel of niet zou kunnen en willen verklaren. En ’s hofs oordeel dat niet aannemelijk is dat [betrokkene 12] binnen een aanvaardbare termijn gehoord kan worden zou onbegrijpelijk zijn.