ECLI:NL:HR:2010:BN6117

Hoge Raad

Datum uitspraak
15 oktober 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/03169
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek contra-expertise psychiatrisch onderzoek in voorlopige machtiging BOPZ

In deze zaak stond het verzoek van betrokkene centraal om een contra-expertise te verkrijgen bij een psychiatrisch onderzoek dat was ingesteld in het kader van een voorlopige machtiging onder de BOPZ. De rechtbank Amsterdam had dit verzoek afgewezen. Betrokkene stelde zich op het standpunt dat aan het psychiatrisch onderzoek hogere eisen moesten worden gesteld en dat het recht op een contra-expertise diende te worden erkend.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van betrokkene beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de rechtsvragen nader te motiveren, omdat deze niet van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Daarmee bevestigde de Hoge Raad de afwijzing van het verzoek tot contra-expertise.

De uitspraak onderstreept de terughoudendheid van de Hoge Raad bij het interveniëren in beslissingen omtrent voorlopige machtigingen en de wijze waarop psychiatrische onderzoeken worden uitgevoerd binnen het kader van de BOPZ. Het arrest bevestigt dat de rechterlijke toetsing aan de wettelijke eisen van het psychiatrisch onderzoek voldoende is en dat een verzoek tot contra-expertise niet zomaar wordt gehonoreerd.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het verzoek tot contra-expertise wordt afgewezen.

Uitspraak

15 oktober 2010
Eerste Kamer
10/03169
DV/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[Betrokkene],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. G.E.M. Later,
t e g e n
DE OFFICIER VAN JUSTITIE IN HET ARRONDISSEMENT AMSTERDAM,
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. M.M. van Asperen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als betrokkene en de officier van justitie.
1. Het geding in feitelijke instantie
Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak 457241/FA RK 10.3270 van de rechtbank Amsterdam van 22 april 2010.
De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van de rechtbank heeft betrokkene beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 15 oktober 2010.