ECLI:NL:HR:2010:BN6192

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 oktober 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/04459
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:685 lid 11 BWArt. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevoegdheid rechter bij ontbinding arbeidsovereenkomst en uitleg arbitragebeding in secondment agreement

In deze zaak stond de vraag centraal of de kantonrechter bevoegd was om een arbeidsovereenkomst te ontbinden wegens gewichtige redenen, ondanks het appelverbod van artikel 7:685 lid 11 BW Pro, en hoe het arbitragebeding in de secondment agreement moest worden uitgelegd. De feiten betreffen een arbeidsrechtelijk geschil tussen de verzoeker en Veolia Transport Nederland N.V.

De procedure begon bij de kantonrechter te Middelburg, waarna het gerechtshof te 's-Gravenhage het geschil behandelde. Tegen de beschikking van het hof stelde de verzoeker beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep, waarop de verzoeker reageerde.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. Het beroep werd verworpen en de verzoeker werd veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de verzoeker wordt veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.

Uitspraak

8 oktober 2010
Eerste Kamer
09/04459
DV/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt,
t e g e n
VEOLIA TRANSPORT NEDERLAND N.V.,
gevestigd te Breda,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. R.A.A. Duk.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en Veolia.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak 176113/08-3323 van de kantonrechter te Middelburg van 8 januari 2009,
b. de beschikking in de zaak HV200.030.190/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage, nevenzittingsplaats 's-Hertogenbosch, van 5 augustus 2009.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
Veolia heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 17 september 2010 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Veolia begroot op € 358,38 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 8 oktober 2010.