ECLI:NL:HR:2010:BN6397
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.C. van Oven
- W.A.M. van Schendel
- C.A. Streefkerk
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep wegens verstreken geldigheidsduur machtiging pleegplaatsing minderjarige
In deze zaak heeft de moeder cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof te 's-Gravenhage betreffende de plaatsing van een minderjarige in een pleeggezin. De zaak betreft een geschil tussen de moeder en Stichting Bureau Jeugdzorg Stadsregio Rotterdam.
De Hoge Raad verwijst naar eerdere beslissingen van de kinderrechter en het gerechtshof en constateert dat de geldigheidsduur van de machtiging tot plaatsing van de minderjarige in het pleeggezin op 5 juli 2010 is verstreken. Hierdoor heeft de moeder geen belang meer bij het cassatieberoep.
De advocaat-generaal heeft geadviseerd het cassatieberoep te verwerpen, waarop de moeder heeft gereageerd. Uiteindelijk besluit de Hoge Raad het cassatieberoep te verwerpen vanwege het ontbreken van belang, en bevestigt daarmee de eerdere beslissingen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de moeder wordt verworpen wegens het ontbreken van belang door het verstreken van de geldigheidsduur van de machtiging tot plaatsing.