ECLI:NL:HR:2010:BN6706

Hoge Raad

Datum uitspraak
15 oktober 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/00238
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:46 BWArt. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Uitleg testamentair legaat en waardering gelegateerde woning bij overlijden

Deze zaak betreft de uitleg van een testamentair legaat en de waardering van een woning die door de erflaatster was verhuurd aan de legataris ten tijde van haar overlijden. De centrale vraag was of de in het testament opgenomen waarderingsgrondslag van toepassing is op de gelegateerde woning, mede in het licht van het overgangsrecht en artikel 4:46 BW Pro.

In eerdere instanties, waaronder de rechtbank 's-Gravenhage en het gerechtshof te 's-Gravenhage, is deze kwestie uitvoerig behandeld. Het hof heeft een bepaalde uitleg gegeven aan het testament en de waarderingsgrondslag, welke door eiseres in cassatie werd aangevochten.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep verworpen en de kosten van het geding zo verdeeld dat iedere partij haar eigen kosten draagt. De klachten in cassatie werden niet gegrond bevonden en er was geen aanleiding tot nadere motivering, mede gelet op artikel 81 RO Pro. Hiermee is de uitleg van het testament en de waardering van de gelegateerde woning zoals vastgesteld door het hof bekrachtigd.

Uitkomst: Het cassatieberoep is verworpen en de uitleg van het testament en waardering van de gelegateerde woning blijft gehandhaafd.

Uitspraak

15 oktober 2010
Eerste Kamer
09/00238
DV/IS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens,
t e g e n
1. [Verweerster 1],
wonende te [woonplaats],
2. [Verweerder 2],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
advocaat: mr. E. van Staden ten Brink.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerder] c.s.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak met het rolnummer 00/976 van de rechtbank 's-Gravenhage van 21 november 2001;
b. de arresten in de zaak met het rolnummer 02/0433 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 10 mei 2006, 15 november 2006 en 30 september 2008.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de arresten van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] c.s. hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
compenseert de kosten van het geding in cassatie aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, W.A.M. van Schendel, W.D.H. Asser en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 15 oktober 2010.