ECLI:NL:HR:2010:BN7061

Hoge Raad

Datum uitspraak
29 oktober 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/00766
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 31 Rv
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verdeling huwelijksgoederengemeenschap en waardering varkensrechten na echtscheiding

In deze zaak staat de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap centraal, waarbij een agrarisch bedrijf met varkensrechten onderdeel uitmaakt van de gemeenschap. De vrouw heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het eindarrest van het gerechtshof, terwijl de man incidenteel cassatieberoep heeft ingesteld. De zoon is verstek verleend.

De procedure omvatte meerdere vonnissen van de rechtbank 's-Hertogenbosch en arresten van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch over een periode van jaren. De Hoge Raad heeft de klachten van partijen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden, mede omdat de waardering van de varkensrechten een feitelijke beoordeling betreft die aan de feitenrechter is voorbehouden.

De conclusie van de Advocaat-Generaal was dat het principale beroep verworpen moest worden en het incidentele beroep niet-ontvankelijk was voor zover het gericht was tegen tussenarresten en een arrest van 10 maart 2009. De Hoge Raad heeft het principale en incidentele beroep verworpen en de kosten van de cassatieprocedure gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het principale en incidentele cassatieberoep en bevestigt dat de waardering van varkensrechten aan de feitenrechter is voorbehouden.

Uitspraak

29 oktober 2010
Eerste Kamer
09/00766
DV/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie, verweerster in het incidentele cassatieberoep,
advocaat: mr. R.T.R.F. Carli,
t e g e n
1. [De man],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie, eiser in het incidentele cassatieberoep,
advocaat: mr. M.L. Kleijn,
2. [De zoon],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als respectievelijk de vrouw, de man en de zoon.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 20007/HA ZA 97-2884 van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 15 januari 1999, 24 december 1999, 21 juli 2000, 13 augustus 2003 en 31 december 2003,
b. de arresten in de zaak met de rolnummers C0301404 en C400281 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 27 december 2005, 17 oktober 2006, 18 december 2007, 13 mei 2008 en 21 oktober 2008.
Het eindarrest van het hof van 21 oktober 2008 is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het eindarrest van het hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. De man heeft incidenteel cassatieberoep ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
De vrouw en de man hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep. Tegen de zoon is verstek verleend.
De zaak is voor de vrouw en de man toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt in het principale beroep tot verwerping en in het incidentele beroep tot niet-ontvankelijkheid, voor zover het beroep gericht is tegen tussenarresten en het op 10 maart 2009 naar aanleiding van het verzoek ex artikel 31 Rv Pro gewezen arrest, en tot verwerping voor het overige.
3. Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het principale en het incidentele beroep;
compenseert de kosten van de gedingen in cassatie aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, W.A.M. van Schendel en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 29 oktober 2010.