ECLI:NL:HR:2010:BN7068
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewijswaardering in verzetprocedure over hoofdverblijf recreatiewoning
In deze zaak stond centraal of eiser gedurende bepaalde periodes zijn hoofdverblijf had in een recreatiewoning. De feitenrechter had dit beoordeeld in een verzetprocedure tegen een bestuurlijke dwangsombeschikking van de gemeente Harderwijk.
Eiser stelde cassatieberoep in tegen de arresten van het gerechtshof Arnhem, dat het verzet ongegrond verklaarde. De gemeente stelde voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep in. De Hoge Raad verwees voor het geding in feitelijke instanties naar de vonnissen van de rechtbank Zutphen en de arresten van het hof Arnhem.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van eiser niet tot cassatie konden leiden en dat de wijze van bewijswaardering door de feitenrechter niet onjuist was toegepast. De conclusie van de Advocaat-Generaal tot verwerping van het cassatieberoep werd gevolgd. Het voorwaardelijk incidentele beroep van de gemeente kwam niet aan de orde.
De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en veroordeelde eiser in de kosten van het cassatiegeding. Het arrest werd gewezen door de raadsheren Van Buchem-Spapens, Van Oven, Van Schendel en uitgesproken door Numann op 5 november 2010.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en het oordeel van het hof bevestigd.