ECLI:NL:HR:2010:BN7889

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 oktober 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/01266
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 382 RvArt. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering tot herroeping van vonnissen en arresten wegens ontbreken nieuwe feiten

In deze zaak heeft eiseres, voorheen bekend als [A] B.V., beroep in cassatie ingesteld tegen het eindarrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 28 oktober 2008, waarin haar vordering tot herroeping van eerdere vonnissen en arresten werd afgewezen. De vordering tot herroeping was gebaseerd op het artikel 382 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, dat herroeping toestaat indien feiten aan het licht komen die tijdens de eerdere procedure niet bekend waren en ook niet ontdekt hadden kunnen worden.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de door eiseres aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden. Er zijn geen nieuwe feiten aangevoerd die niet reeds tijdens de eerdere procedures ontdekt konden worden. De Hoge Raad acht nadere motivering niet nodig omdat de klachten geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten.

Het arrest van de Hoge Raad van 22 oktober 2010 bevestigt daarmee de afwijzing van de herroepingsvordering en veroordeelt eiseres in de kosten van het cassatiegeding. De zaak betreft een procesrechtelijke beoordeling van de voorwaarden voor herroeping van vonnissen en arresten.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen wegens ontbreken van nieuwe feiten die herroeping rechtvaardigen.

Uitspraak

22 oktober 2010
Eerste Kamer
09/01266
DV/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres], voorheen genaamd [A] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
NATIONALE NEDERLANDEN SCHADEVERZEKERING MIJ N.V.,
gevestigd te 's-Gravenhage,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. D.M. de Knijff.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en NN.
1. Het verloop van het geding
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het tussen partijen in de zaak C02/091HR gewezen arrest van de Hoge Raad van 12 september 2003, LJN AF7677, NJ 2005/268,
b. de arresten van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 19 december 2006 en 28 oktober 2008 in onderhavige herroepingsprocedure met het rolnummer 05/136.
Het eindarrest van het hof van 28 oktober 2008 is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het eindarrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
NN heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal D.W.F. Verkade strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eiseres] heeft bij brief van 24 september 2010 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van NN begroot op € 384,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, W.D.H. Asser en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 22 oktober 2010.