ECLI:NL:HR:2010:BN8056
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- E.J. Numann
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- C.E. Drion
- Rechtspraak.nl
Toelaatbaarheid advocaatverklaring bij schuldsaneringsregeling volgens art. 285 lid 1 onder f Faillissementswet
In deze zaak stond centraal of een verklaring, vereist bij een verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) op grond van art. 285 lid 1 onder Pro f Faillissementswet, ook door een advocaat mag worden afgegeven. Verzoekers hadden een verklaring van een advocaat overgelegd, maar de rechtbank en het hof verklaarden hun verzoek niet-ontvankelijk omdat de verklaring niet voldeed aan de wettelijke eisen, aangezien de advocaat niet gemandateerd was door het college van burgemeester en wethouders.
De Hoge Raad heeft overwogen dat hoewel de wet oorspronkelijk alleen het college van burgemeester en wethouders of hun gemandateerde gemeentelijke kredietbanken bevoegd achtte tot het afgeven van deze verklaring, een amendement de mogelijkheid opende dat ook andere personen, waaronder advocaten als bedoeld in art. 48 lid 1 onder Pro c Wet op het consumentenkrediet (Wck), deze verklaring kunnen afgeven. Dit amendement was ingegeven door de wens om bonafide private schuldhulpverleners, zoals advocaten, ook toe te laten.
De Hoge Raad concludeert dat het onderscheid in bevoegdheid tussen advocaten en andere schuldhulpverleners niet houdbaar is en dat een redelijke wetstoepassing vereist dat advocaten ook bevoegd zijn de verklaring af te geven. Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad oordeelt dat advocaten bevoegd zijn om de verklaring als bedoeld in art. 285 lid 1 onder f Faillissementswet af te geven en vernietigt het arrest van het hof Arnhem.