ECLI:NL:HR:2010:BN8117

Hoge Raad

Datum uitspraak
24 september 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/02591
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROWet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (BOPZ)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatie tegen voorlopige machtiging opname psychiatrisch ziekenhuis

Betrokkene heeft cassatie ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank Assen die een voorlopige machtiging tot opname en verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis verleende. De zaak betreft de vraag of uit een geneeskundige verklaring kan worden afgeleid dat betrokkene lijdt aan een stoornis van de geestvermogens die gevaar voor zichzelf veroorzaakt, en of een behandelplan noodzakelijk is voor het verlenen van een machtiging.

De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend, en de Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad stelt vast dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie, mede omdat zij geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen.

Daarom wordt het cassatieberoep verworpen. De beschikking is gegeven door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een vierde raadsheer. De Hoge Raad verwijst naar de beschikking van de rechtbank Assen van 25 maart 2010 voor het verloop van het geding in feitelijke instantie.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep tegen de voorlopige machtiging tot opname in een psychiatrisch ziekenhuis.

Uitspraak

24 september 2010
Eerste Kamer
10/02591
DV/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[Betrokkene],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. G.E.M. Later,
t e g e n
DE OFFICIER VAN JUSTITIE IN HET ARRONDISSEMENT ASSEN,
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als betrokkene en de officier van justitie.
1. Het geding in feitelijke instantie
Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak 78784/2010 van de rechtbank Assen van 25 maart 2010.
De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van de rechtbank heeft betrokkene beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van betrokkene heeft bij brief van 19 juli 2010 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 24 september 2010.