ECLI:NL:HR:2010:BN8532

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 november 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/01606
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:153 BWArt. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping pensioenverweer bij echtscheiding en partneralimentatie

In deze zaak stond een geschil over echtscheiding en partneralimentatie centraal, waarbij het pensioenverweer een belangrijke rol speelde. De vrouw, verzoekster tot cassatie, stelde zich op het standpunt dat het pensioenverweer niet gegrond was. De man was verweerder in cassatie.

De procedure begon bij de rechtbank Amsterdam met beschikkingen in september en november 2009, waarna het gerechtshof Amsterdam op 20 januari en 20 april 2010 beslissingen nam. Tegen de beschikking van het hof van 20 januari 2010 stelde de vrouw beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad heeft de klachten van de vrouw onderzocht maar geoordeeld dat deze niet leiden tot cassatie. Er was geen noodzaak tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het beroep is derhalve verworpen, waarmee het pensioenverweer in het kader van art. 1:153 BW Pro werd bevestigd.

De uitspraak werd gedaan door de raadsheren Bakels (voorzitter), Asser, Drion en in het openbaar uitgesproken door Numann op 19 november 2010.

Uitkomst: Het beroep van de vrouw in cassatie wordt verworpen en het pensioenverweer bevestigd.

Uitspraak

19 november 2010
Eerste Kamer
10/01606
DV/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. J.C. Meijroos,
t e g e n
[De man],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vrouw en de man.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikkingen in de zaak 413931/FA RK 08-9380 van de rechtbank Amsterdam van 9 september 2009 en 4 november 2009;
b. de beschikkingen in de zaak met de nummers 200.050.700/01 en 200.053.692/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 20 januari 2010 en 20 april 2010.
De beschikkingen van het hof zijn aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof van 20 januari 2010 heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. Het cassatie-rekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De man heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gewezen door de raadsheren F.B. Bakels, als voorzitter, W.D.H. Asser en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 19 november 2010.