ECLI:NL:HR:2010:BO0195

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 december 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/05042
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 4 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing partneralimentatie wegens grievend gedrag alimentatiegerechtigde

Deze zaak betreft een geschil tussen voormalig echtelieden over partneralimentatie. De man vordert een bijdrage in het levensonderhoud van de vrouw, maar het hof oordeelde dat het gedrag van de vrouw jegens de man zodanig grievend was dat de alimentatieplicht niet langer kon worden verlangd.

De man stelde beroep in cassatie in tegen het hofbesluit, waarbij hij de toewijzing van de alimentatie vorderde. De vrouw verzocht het cassatieberoep te verwerpen. De Advocaat-Generaal adviseerde eveneens tot verwerping van het beroep.

De Hoge Raad overwoog dat de klachten van de man niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. Het beroep werd dan ook verworpen.

De uitspraak bevestigt dat grievend gedrag van de alimentatiegerechtigde een grond kan zijn om partneralimentatie te weigeren, conform artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de man wordt verworpen, waardoor hij geen partneralimentatie hoeft te betalen wegens grievend gedrag van de vrouw.

Uitspraak

3 december 2010
Eerste Kamer
09/05042
DV/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De man],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. E. Grabandt,
t e g e n
[De vrouw],
zonder bekende woon- of verblijfplaats,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. F.J. Kremer.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak 299750 van de rechtbank 's-Gravenhage van 15 juli 2008;
b. de beschikking in de zaak 200.017.113/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 16 september 2009.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vrouw heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 3 december 2010.