ECLI:NL:HR:2010:BO0402
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Vermindering boete naheffingsaanslag omzetbelasting na cassatie
Belanghebbende kreeg voor de periode 1 januari 2000 tot en met 31 december 2001 een naheffingsaanslag en een boete opgelegd door de Inspecteur. Na bezwaar werden deze verminderd, maar belanghebbende ging in beroep bij de Rechtbank die de aanslag en boete verder verminderde en de uitspraken van de Inspecteur vernietigde.
Zowel belanghebbende als de Inspecteur stelden hoger beroep in bij het Hof, dat de uitspraak van de Rechtbank vernietigde, de Inspecteur uitspraken vernietigde en de aanslag en boete verminderde. Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Minister van Financiën pleitte in het verweerschrift voor vermindering van de boete, onder verwijzing naar prejudiciële vragen en eerdere arresten. De Hoge Raad oordeelde dat het hofarrest niet in stand kon blijven voor zover het de boetebeschikking betrof, verklaarde het cassatieberoep gegrond, vernietigde het hofarrest en verminderde de boete tot €593.
Daarnaast werd de Staat veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de Minister tot betaling van de proceskosten aan de zijde van belanghebbende. Het arrest werd uitgesproken op 15 oktober 2010 door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: De boete wordt verminderd tot €593 en het hofarrest vernietigd voor zover het de boetebeschikking betreft.