ECLI:NL:HR:2009:BG9887
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- A.R. Leemreis
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebeschikking naheffingsaanslag omzetbelasting wegens onjuiste teruggaaf
Belanghebbende, een vennootschap, ontving een naheffingsaanslag omzetbelasting over de periode van 23 februari 1999 tot en met 31 december 2001, inclusief een boete. De naheffingsaanslag betrof onder meer een teruggaaf van omzetbelasting over een zogenoemde outperformance fee die belanghebbende had teruggevraagd en ontvangen. De Inspecteur stelde dat deze teruggaaf onterecht was en legde naheffing en een vergrijpboete op.
Het Hof oordeelde dat de teruggaaf als een te laat ingediend bezwaarschrift moest worden gezien en dat de Inspecteur op grond van artikel 20 AWR Pro de belasting kon naheffen. Belanghebbende stelde dat de teruggaaf niet op een wettelijk verzoek was gebaseerd en dat naheffing daarom niet mogelijk was. De Hoge Raad bevestigde dat naheffing mogelijk is indien de belastingplichtige na teruggaaf in de positie verkeert alsof de belasting niet was betaald.
De Hoge Raad vernietigde echter de boetebeschikking omdat het beboetbare feit van verwijtbaar niet voldoen van belasting niet was voldaan, aangezien artikel 67f lid 6 AWR niet van toepassing was. De Staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten in cassatie en het Hof werd veroordeeld in de kosten van het geding voor het Hof.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de boetebeschikking en veroordeelt de Staat tot vergoeding van proceskosten.