ECLI:NL:HR:2010:BO1652
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Huwelijksvermogensrecht: gebondenheid aan niet-uitgevoerde overeenkomst tot scheiding en deling
In deze zaak stond de vraag centraal of een echtgenoot gebonden blijft aan een overeenkomst tot scheiding en deling van gemeenschappelijke goederen die gedurende lange tijd niet is uitgevoerd. De man, eiser in cassatie, stelde dat hij niet langer gebonden was aan deze overeenkomst.
De zaak werd behandeld door de rechtbank Breda en het gerechtshof te 's-Hertogenbosch, waarvan de vonnissen en het arrest aan het cassatiearrest zijn gehecht. De vrouw was in cassatie verstek verleend. De Advocaat-Generaal adviseerde het beroep te verwerpen.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van de man niet tot cassatie konden leiden en dat gezien artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie geen nadere motivering nodig was. Het beroep werd verworpen en de kosten van het cassatiegeding werden ieder voor eigen rekening gebracht.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en iedere partij draagt de eigen kosten.