ECLI:NL:HR:2010:BO1999

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 december 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/04361
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen toepassing ruilarresten bij overgang pensioenfonds beleggingsportefeuille

In deze zaak heeft Stichting X bezwaar gemaakt tegen een aanslag vennootschapsbelasting over het jaar 2005, welke aanslag door de Inspecteur is gehandhaafd. De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep ongegrond, en het hof bevestigde deze uitspraak. Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad overwoog dat de middelen van belanghebbende niet tot cassatie konden leiden en dat er geen noodzaak was tot nadere motivering, mede gelet op artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. De kern van het geschil betrof de vraag of de ruilarresten van toepassing zijn bij de aanpassing van de beleggingsportefeuille van een pensioenfonds bij de overgang van een opbouwfonds naar een uitsluitend uitkeringsfonds.

De Hoge Raad bevestigde dat de ruilarresten in deze situatie niet van toepassing zijn. Tevens achtte de Hoge Raad geen gronden aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten. Het arrest werd op 3 december 2010 in het openbaar uitgesproken door de derde kamer van de Hoge Raad der Nederlanden.

Uitkomst: Het beroep in cassatie van Stichting X wordt ongegrond verklaard en de aanslag vennootschapsbelasting blijft gehandhaafd.

Uitspraak

Nr. 09/04361
3 december 2010
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van Stichting X te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 29 september 2009, nr. 08/00361, betreffende een aanslag in de vennootschapsbelasting.
1. Het geding in feitelijke instanties
Aan belanghebbende is voor het jaar 2005 een aanslag in de vennootschapsbelasting opgelegd, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd.
De Rechtbank te Arnhem (nr. AWB 07/2690) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof.
Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank bevestigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Minister van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
De Advocaat-Generaal P.J. Wattel heeft op 14 oktober 2010 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie met toepassing van artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Belanghebbende heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president
D.G. van Vliet als voorzitter, en de raadsheren
C.B. Bavinck, A.R. Leemreis, J.A.C.A. Overgaauw en
P.M.F. van Loon, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 3 december 2010.
Nr. 09/04361 - 2 -
Hoge Raad der Nederlanden
Derde Kamer
Nr. 09/04361
3 december 2010
Arrest
*4996865*