ECLI:NL:GHARN:2009:BK0418
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat winst uit verkoop aandelenportefeuille niet onder ruilgedachte valt
Belanghebbende, een stichting die pensioenregelingen uitvoert, verkocht in 2005 haar aandelenportefeuille en behaalde daarbij een winst van €282.289, die zij als gerealiseerd aangaf in haar vennootschapsbelasting. Zij stelde dat deze winst niet als gerealiseerd moest worden beschouwd op grond van de ruilgedachte, omdat de verkoop gedwongen was en de nieuw aangekochte effecten gelijkwaardig zouden zijn aan de verkochte.
De Inspecteur handhaafde de aanslag en de rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond. In hoger beroep bevestigde het Gerechtshof Arnhem deze uitspraak. Het hof oordeelde dat de oorzaak van de verkoop niet relevant is voor de realisatie van winst en dat de nieuw aangekochte effecten, vanwege verschillen in risico en rendement, niet dezelfde economische positie innemen als de verkochte effecten.
Daarmee kon de ruilgedachte niet worden toegepast en bleef de winst als gerealiseerd gelden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werden geen proceskosten aan partijen opgelegd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat de winst uit de verkoop van de aandelenportefeuille als gerealiseerd moet worden beschouwd en wijst het hoger beroep af.