ECLI:NL:HR:2010:BO2422

Hoge Raad

Datum uitspraak
24 december 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/02269
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:105 lid 1 BWNAArt. 3:306 BWNAArt. 3:314 lid 2 BWNAArt. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verkrijgende verjaring van stuk grond op Sint Eustatius en bewijsrecht

In deze zaak stond de verkrijgende verjaring van een stuk grond op Sint Eustatius centraal, waarbij de toepasselijkheid van de artikelen 3:105 lid 1, 3:306 en 3:314 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek Nederlandse Antillen (BWNA) werd besproken. De zaak betrof een geschil tussen een eiser en het Eilandgebied Sint Eustatius over eigendom van grond.

De procedure begon bij het gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, waarna het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba tussenvonnis en eindvonnis uitvaardigde. Tegen deze vonnissen stelde de eiser beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen op grond van artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie (RO). De Hoge Raad volgde dit advies en oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

De Hoge Raad wees het beroep af en veroordeelde de eiser in de kosten van het cassatiegeding. Hiermee werd de uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof bevestigd en bleef de eigendom van het stuk grond ongewijzigd.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd.

Uitspraak

24 december 2010
Eerste Kamer
09/02269
EV/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende op [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. A.L.C.M. Oomen,
t e g e n
HET EILANDGEBIED SINT EUSTATIUS,
zetelende op Sint Eustatius,
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. E. Grabandt.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en het Eilandgebied.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak van het gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Sint Eustatius van 20 februari 2007,
b. de vonnissen in de zaak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba van 29 augustus 2008 (tussenvonnis) en 6 maart 2009 (eindvonnis).
De vonnissen van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de vonnissen van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Het Eilandgebied heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor het Eilandgebied toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep met toepassing van art. 81 RO Pro.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van het Eilandgebied begroot op € 384,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, W.D.H. Asser en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 24 december 2010.