ECLI:NL:PHR:2010:BO2422
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing verkrijgende verjaring van grond op Sint Eustatius
Eiser vorderde in eerste aanleg dat het Gerecht in Eerste Aanleg van de Nederlandse Antillen verklaart dat hij eigenaar is geworden van een stuk grond op Sint Eustatius door verkrijgende verjaring. Hij stelde dat hij en zijn rechtsvoorganger de grond meer dan twintig jaar gebruikten voor agrarische doeleinden. Het GEA wees de vordering af wegens onvoldoende bewijs van bezit.
In hoger beroep bevestigde het Gemeenschappelijk Hof van Justitie het oordeel dat eiser onvoldoende bezit had gesteld om verkrijgende verjaring te bewijzen. Het hof oordeelde dat de bewijslast bij eiser lag en dat de feiten onvoldoende waren om bezit aan te nemen. Eiser stelde dat hij via getuigen bewijs had geleverd, maar het hof nam dit mee in zijn oordeel en zag geen reden tot bewijsopdracht.
De Hoge Raad concludeert dat het hof de bewijslast correct heeft toegepast en dat de klachten van eiser onvoldoende feitelijke grondslag hebben. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het eerdere oordeel dat eiser geen eigendom door verjaring heeft verkregen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiser verkrijgt geen eigendom door verjaring van het stuk grond.