ECLI:NL:HR:2010:BO2858

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 november 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/02020
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • A.J.A. van Dorst
  • J.W. Ilsink
  • H.A.G. Splinter-van Kan
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 6 EVRM
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep wegens overschrijding redelijke termijn zonder gevolgen

De verdachte heeft cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. Het cassatieberoep is behandeld door de Hoge Raad op 9 november 2010. De raadsman van de verdachte heeft een middel van cassatie ingediend, waarop de Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping.

De Hoge Raad oordeelt dat het middel niet tot cassatie kan leiden en dat geen nadere motivering nodig is omdat het middel geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproept. Tevens constateert de Hoge Raad dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM Pro is overschreden, aangezien meer dan twee jaar zijn verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep.

Gezien de aard van de opgelegde straf, een taakstraf van twintig uur of subsidiair tien dagen hechtenis, en de mate van overschrijding, ziet de Hoge Raad geen aanleiding om aan deze overschrijding rechtsgevolgen te verbinden. De Hoge Raad volstaat daarom met de constatering van de overschrijding en verwerpt het cassatieberoep.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen ondanks overschrijding van de redelijke termijn vanwege de lichte straf.

Uitspraak

9 november 2010
Strafkamer
Nr. 09/02020
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 5 september 2008, nummer 20/001852-07, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
1.1. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. G.A.C. Beckers, advocaat te Maastricht, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
1.2. De raadsman heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.
2. Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Gelet op de aan de verdachte opgelegde taakstraf in de vorm van een werkstraf van twintig uren, subsidiair tien dagen hechtenis en de mate waarin de redelijke termijn is overschreden, is er geen aanleiding om aan het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden enig rechtsgevolg te verbinden en zal de Hoge Raad met dat oordeel volstaan.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J.W. Ilsink en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 9 november 2010.