ECLI:NL:PHR:2010:BO2858
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ontvankelijkheid openbaar ministerie bij vervolging medeplegen opiumwet
Het gerechtshof te 's-Hertogenbosch heeft verdachte veroordeeld tot een taakstraf wegens medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met artikel 3, onder C, van de Opiumwet. Verdachte stelde in cassatie dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk was omdat er beleidsafspraken zouden zijn gemaakt in de lokale driehoek dat niet zou worden opgetreden tegen gedoogde coffeeshops, tenzij sprake was van overlast of strafbare feiten. Het hof oordeelde echter dat er geen formele afspraken waren en dat ook geen informele afspraken aannemelijk waren gemaakt die het gerechtvaardigd vertrouwen van verdachte konden wekken dat hij niet vervolgd zou worden.
De Hoge Raad bevestigde dat voor niet-ontvankelijkheid slechts in uitzonderlijke gevallen plaats is, namelijk wanneer door een bevoegde autoriteit gerechtvaardigd vertrouwen is gewekt dat niet tot vervolging zal worden overgegaan. De door verdachte aangevoerde beleidsafspraak, mede kenbaar gemaakt door de burgemeester, was niet voldoende om het openbaar ministerie te binden. Ook het feit dat het openbaar ministerie niet aanwezig was bij vergaderingen van de Vereniging Officiële Coffeeshophouders Maastricht maakte dat geen gerechtvaardigd vertrouwen kon worden ontleend.
De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel en verklaarde het openbaar ministerie ontvankelijk in de vervolging. Er waren geen gronden voor ambtshalve vernietiging van het arrest van het hof.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het openbaar ministerie ontvankelijk en wijst het cassatieberoep af.