ECLI:NL:HR:2010:BO3415
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt strafmotivering bij bedrijfsinbraken ondanks gebruik gestolen auto
Verdachte werd door het hof veroordeeld tot een gevangenisstraf van achttien maanden wegens het plegen van vier bedrijfsinbraken. Het hof nam bij de strafoplegging de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze plaatsvonden en de persoon van de verdachte in aanmerking. Daarbij speelde mee dat verdachte en zijn medeverdachten zich in een gestolen auto naar Friesland begaven om de inbraken te plegen, en dat zij planmatig en georganiseerd te werk gingen.
De verdediging klaagde dat het hof suggereerde dat verdachte betrokken was bij de diefstal van de auto, terwijl het hof dit niet had vastgesteld. De Hoge Raad oordeelde dat deze klacht berustte op een onjuiste lezing van het arrest, omdat het hof hierover geen vaststelling had gedaan.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de strafmotivering van het hof toereikend was. De eerdere veroordelingen van verdachte en de ernst van de feiten rechtvaardigden volgens het hof een langere onvoorwaardelijke gevangenisstraf dan de door de advocaat-generaal gevorderde straf. De Hoge Raad vond geen aanleiding om het arrest te vernietigen en wees het beroep af.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de gevangenisstraf van achttien maanden voor bedrijfsinbraken.