ECLI:NL:HR:2010:BO3558

Hoge Raad

Datum uitspraak
24 december 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/01181
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 67 FaillissementswetArt. 69 FaillissementswetArt. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt dat verzoek ex art. 69 Faillissementswet niet strekt tot geldend maken aanspraken jegens de boedel

In deze zaak stond centraal de uitleg van de artikelen 67 en 69 van de Faillissementswet in samenhang met art. 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. Verzoekers hadden een verzoek ingediend ex art. 69 Faillissementswet Pro met het oog op het geldend maken van aanspraken jegens de faillissementsboedel. De rechtbank had dit verzoek afgewezen en de Hoge Raad werd gevraagd hierover te oordelen.

De Hoge Raad verwijst naar eerdere beschikking van de rechtbank Middelburg en het feitelijke verloop van het geding. De curator heeft geen verweerschrift ingediend, en de Advocaat-Generaal heeft geadviseerd het beroep te verwerpen. De klachten van verzoekers in cassatie konden niet leiden tot cassatie, mede omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

De Hoge Raad bevestigt dat de rechtsgang op grond van art. 69 en Pro 67 Faillissementswet niet strekt tot het geldend maken van aanspraken jegens de boedel. Het beroep wordt verworpen, waarmee de eerdere beschikking van de rechtbank in stand blijft.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het beroep en bevestigt dat art. 69 Faillissementswet niet strekt tot geldend maken van aanspraken jegens de boedel.

Uitspraak

24 december 2010
Eerste Kamer
10/01181
EE/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
1. [Verzoeker 1],
2. [Verzoekster 2],
beiden wonende te [woonplaats],
3. de vennootschap naar Belgisch recht BVBA AUTOCENTER,
gevestigd te Deurne, België,
VERZOEKERS tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
mr. P. BUIJS, handelende in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [verzoeker 1],
kantoorhoudende te Vlissingen,
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] c.s. en de curator.
1. Het geding in feitelijke instantie
Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak F 2008-64 van rechter-comissaris in de rechtbank Middelburg van 27 januari 2010 en naar de beschikking in dezelfde zaak van die rechtbank van 4 maart 2010.
De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van de rechtbank hebben [verzoeker] c.s. beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De curator heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping met toepassing van art. 81 RO Pro.
De advocaat van [verzoeker] c.s. heeft op 19 november 2010 schriftelijk op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 24 december 2010.