ECLI:NL:HR:2010:BO3558
Hoge Raad
- Cassatie
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat verzoek ex art. 69 Faillissementswet niet strekt tot geldend maken aanspraken jegens de boedel
In deze zaak stond centraal de uitleg van de artikelen 67 en 69 van de Faillissementswet in samenhang met art. 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. Verzoekers hadden een verzoek ingediend ex art. 69 Faillissementswet Pro met het oog op het geldend maken van aanspraken jegens de faillissementsboedel. De rechtbank had dit verzoek afgewezen en de Hoge Raad werd gevraagd hierover te oordelen.
De Hoge Raad verwijst naar eerdere beschikking van de rechtbank Middelburg en het feitelijke verloop van het geding. De curator heeft geen verweerschrift ingediend, en de Advocaat-Generaal heeft geadviseerd het beroep te verwerpen. De klachten van verzoekers in cassatie konden niet leiden tot cassatie, mede omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.
De Hoge Raad bevestigt dat de rechtsgang op grond van art. 69 en Pro 67 Faillissementswet niet strekt tot het geldend maken van aanspraken jegens de boedel. Het beroep wordt verworpen, waarmee de eerdere beschikking van de rechtbank in stand blijft.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het beroep en bevestigt dat art. 69 Faillissementswet niet strekt tot geldend maken van aanspraken jegens de boedel.