ECLI:NL:HR:2010:BO4719
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J.W. Ilsink
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Toelaatbaarheid uitlevering aan Verenigde Staten wegens valsheid in paspoortaanvraag
De zaak betreft een verzoek van de Verenigde Staten tot uitlevering van een persoon geboren in 1941, wegens het gebruik van een vals paspoort. De Hoge Raad behandelt de toelaatbaarheid van dit verzoek op basis van het uitleveringsverdrag tussen Nederland en de VS.
De opgeëiste persoon was eerder in Nederland aangehouden en onderzocht op identiteitsfraude, maar het feit waarvoor uitlevering wordt gevraagd betreft een ander strafbaar feit, namelijk het opzettelijk gebruik van een vals paspoort in 2000 in Londen. De Hoge Raad oordeelt dat de dubbele strafbaarheid is gegeven en dat het verzoek voldoet aan de formele vereisten.
De verdediging voerde aan dat uitlevering niet toelaatbaar is wegens eerdere vervolging in Nederland en vrees voor schending van humanitaire rechten. Deze bezwaren worden verworpen omdat het feit waarvoor uitlevering wordt gevraagd verschilt van het eerdere onderzoek en er geen aannemelijke dreiging is aangetoond.
De Hoge Raad verklaart de uitlevering toelaatbaar en beveelt dat de opgeëiste persoon aan de Verenigde Staten wordt uitgeleverd voor strafvervolging wegens valsheid in paspoortaanvraag.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de uitlevering van de opgeëiste persoon aan de Verenigde Staten toelaatbaar voor vervolging wegens valsheid in paspoortaanvraag.