ECLI:NL:HR:2010:BO5012
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.A.C.A. Overgaauw
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rentebetalingsverplichting vennootschapsbelasting 1997
Belanghebbende, een vennootschap, kreeg voor het jaar 1997 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd waarbij het verlies op nihil werd vastgesteld. Na bezwaar handhaafde de inspecteur de aanslag en verliesvaststelling. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraken op bezwaar, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen daarvan in stand bleven. Het hof bevestigde deze uitspraak.
In cassatie stond centraal of belanghebbende de rente over de schuld aan haar moedervennootschap in 1997 ten laste van de winst mocht brengen. Het hof oordeelde dat ultimo 1996 geen rentebetalingsverplichting bestond en dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat deze verplichting in 1997 was herleefd of tot stand was gekomen.
De Hoge Raad vond geen onjuiste rechtsopvatting in het oordeel van het hof en verwierp het cassatieberoep. Er was geen aanleiding voor een nadere motivering, mede gelet op artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. De proceskosten werden niet aan belanghebbende opgelegd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het oordeel van het hof blijft in stand.