ECLI:NL:GHAMS:2009:BL6064
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- E.A.G. van der Ouderaa
- E.F. Faase
- J.W. Zwemmer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat geen rentebetalingsverplichting bestond voor schuld aan aandeelhouder in 1997
Belanghebbende, een houdster- en financieringsmaatschappij, stelde dat zij in 1997 een rentebetalingsverplichting had over een schuld aan haar aandeelhouder, voortvloeiend uit gewijzigde feitelijke omstandigheden en haar participatie in een commanditaire vennootschap. De inspecteur had de renteaftrek gecorrigeerd en de aanslag verhoogd.
De rechtbank oordeelde dat niet aannemelijk was dat de renteplicht in 1997 was herleefd, mede gelet op een arrest van de Hoge Raad uit 2004 waarin werd vastgesteld dat sinds 1994 geen renteplicht bestond. Belanghebbende voerde aan dat de situatie per 31 december 1997 beoordeeld moest worden, waarbij zij stelde dat haar activiteiten via de participatie in de commanditaire vennootschap al in 1996 waren gestart.
Het Hof nam de feiten van de rechtbank over en concludeerde dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat zij vóór 15 juli 1997 een rentebetalingsverplichting had. De datum van toetreding tot de commanditaire vennootschap was pas 5 juni 1997 en de naam in de overeenkomst correspondeerde met een latere datum. Ook het uitzicht op toekomstige aflossing per eind 1997 deed hieraan niet af. Het Hof bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank dat renteaftrek niet toekomt.
De kostenveroordeling werd achterwege gelaten. De uitspraak werd gedaan door de belastingkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 17 december 2009.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat belanghebbende in 1997 geen rentebetalingsverplichting had en wijst renteaftrek af.