ECLI:NL:HR:2010:BO5026
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- A.H.T. Heisterkamp
- Rechtspraak.nl
Waardering vordering op malafide beleggingsmakelaar in inkomstenbelasting
Belanghebbende had in 2004 een bedrag van €50.000 ingelegd bij A, een beleggingsmakelaar die later bekend werd als malafide doordat hij gelden van nieuwe inleggers gebruikte om eerdere inleggers uit te betalen, een zogenaamde beleggingspiramide.
Na het faillissement van A in 2005 ontstond discussie over de waardering van de vordering van belanghebbende op A voor de inkomstenbelasting over 2004 en 2005. De rechtbank stelde de aanslagen van de Inspecteur deels onrechtmatig vast, maar het Hof vernietigde deze uitspraak en bepaalde de waarde van de vordering op 50% van de nominale waarde, oftewel €25.000.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof zijn waardering in goede justitie had vastgesteld, mede gelet op de omstandigheden rond de peildatum, waaronder het voortduren van nieuwe inleggers en het bestaan van de beleggingspiramide sinds 2003. De waardering is een feitelijke beoordeling die in cassatie niet op juistheid kan worden getoetst. Het beroep in cassatie werd daarom ongegrond verklaard.
De Hoge Raad wees tevens af dat er aanleiding was voor een proceskostenveroordeling en bevestigde hiermee het oordeel van het Hof.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de waardering van de vordering op 50% van de nominale waarde.