ECLI:NL:HR:2010:BO5198
Hoge Raad
- Cassatie
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- C.E. Drion
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwerpt cassatie tegen arrest over aantastbaarheid vaststellingsovereenkomst beleggingsverliezen
In deze zaak stond centraal of een vaststellingsovereenkomst, gesloten naar aanleiding van door eisers geleden beleggingsverliezen, kan worden aangetast op grond van daarna verkregen definitieve kennis over fouten in een rapport van de interne accountantsdienst van de bank. De eisers stelden dat de bank onrechtmatig had gehandeld door het rapport en dat dit de overeenkomst aantastbaar maakte.
De zaak werd in eerste aanleg behandeld door de rechtbank Amsterdam, die op 5 juli 2006 en 15 augustus 2007 vonnissen heeft gewezen. Vervolgens oordeelde het gerechtshof Amsterdam op 14 juli 2009 over het geschil. Tegen het arrest van het hof werd cassatie ingesteld door de eisers.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep verworpen zonder nadere motivering, aangezien de aangevoerde klachten niet leidden tot beantwoording van rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Hoge Raad veroordeelde de eisers in de kosten van het cassatiegeding, die nihil werden begroot aan de zijde van ING Groep c.s.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof wordt bekrachtigd.