ECLI:NL:HR:2010:BO5988
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- M.W.C. Feteris
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep in cassatie wegens gebrek aan belang bij belastingaanslag chronisch zieke kinderen
Belanghebbende, met twee chronisch zieke kinderen, had voor het jaar 2004 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd gekregen. Na bezwaar en beroep bij de Rechtbank en het Hof werd de aanslag verminderd, maar het geschil betrof of belanghebbende ook recht had op een forfaitaire aftrek voor extra uitgaven wegens chronische ziekte volgens artikel 6.22 Wet IB 2001.
Het Hof oordeelde dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat de uitgaven boven het drempelbedrag van € 307 per kind uitkwamen en verwierp de forfaitaire aftrek. In cassatie kwam de Minister van Financiën de belanghebbende geheel tegemoet door de aanslag te verminderen overeenkomstig diens standpunt.
De Hoge Raad oordeelde dat hierdoor het beroep in cassatie geen belang meer had en verklaarde het niet-ontvankelijk. Tevens werd bepaald dat de Staat het betaalde griffierecht aan belanghebbende vergoedt en dat de Staatssecretaris van Financiën in de proceskosten wordt veroordeeld. Een uitzondering op niet-ontvankelijkheid geldt alleen indien belanghebbende schadevergoeding vordert, wat hier niet aan de orde was.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang omdat de inspecteur de aanslag heeft verminderd.