ECLI:NL:GHAMS:2011:BR1275
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep en proceskostenvergoeding in belastingzaak omzetbelasting
Belanghebbende maakte bezwaar tegen naheffingsaanslagen omzetbelasting over het vierde kwartaal 2007 en eerste kwartaal 2008, welke door de inspecteur werden gehandhaafd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Het hoger beroep werd ingediend, maar voordat het werd behandeld, vernietigde de inspecteur ambtshalve de aanslagen.
Het hof oordeelde dat door deze vernietiging het hoger beroep niet langer tot een gunstiger resultaat kon leiden en verklaarde het daarom niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang. De rechtbank had eerder geoordeeld dat het bezwaar overbodig was omdat de inspecteur belanghebbende vooraf had geïnformeerd over de administratieve aard van de aanslagen.
Het hof stelde de proceskostenvergoeding vast op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht en veroordeelde de inspecteur tot betaling van €1.679 aan proceskosten en €736 aan griffierecht. Tegen deze uitspraak staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en de inspecteur wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.