ECLI:NL:HR:2010:BO8473
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- C.B. Bavinck
- J.A.C.A. Overgaauw
- P.M.F. van Loon
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over aftrek lijfrentepremie bij overdracht onderneming
Belanghebbende en haar echtgenoot exploiteerden een landbouwbedrijf en richtten een B.V. op waarmee zij een maatschap zijn aangegaan. Zij brachten hun onderneming in de maatschap in en bedongen lijfrenten bij de B.V. voor een totaalbedrag van €418.313. Belanghebbende bracht in haar aangifte inkomstenbelasting voor 2002 een aftrekpost op voor de betaalde lijfrentepremie, waarvan slechts een deel werd toegestaan door de Inspecteur.
De rechtbank en het hof verklaarden het beroep ongegrond, waarbij het hof oordeelde dat geen sprake was van overdracht van een onderneming aan de B.V. en dat de lijfrente niet de tegenprestatie vormde voor een overdracht, maar voor contanten. De Hoge Raad oordeelt dat uit de feiten blijkt dat wel degelijk een evenredig deel van de onderneming is overgedragen aan de B.V. en dat het hof ten onrechte de aftrek heeft geweigerd.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak naar het Gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling. Tevens wordt de Staat veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten aan de zijde van belanghebbende.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak voor hernieuwde behandeling naar het Gerechtshof Arnhem.