ECLI:NL:HR:2011:BL7596

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 juli 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/00477
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:74 BWArt. 6:75 BWArt. 7:17 lid 2 BWArt. 81 RO
Verwijzingen
7 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling beroep op non-conformiteit wegens bodemverontreiniging bij koop

In deze zaak stond de vraag centraal of de koper bij een koopovereenkomst aansprakelijk kan worden gehouden wegens non-conformiteit als gevolg van bodemverontreiniging. De rechtbank Haarlem en het gerechtshof Amsterdam hadden eerder uitspraak gedaan, waarbij het hof het beroep op non-conformiteit afwees. Tegen dit arrest stelde eiser cassatieberoep in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie verworpen. De klachten van eiser konden niet leiden tot cassatie en behoefden geen nadere motivering, aangezien zij niet van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De uitspraak bevestigt dat de onderzoeksplicht van de koper bij bodemverontreiniging niet onbeperkt is en dat de koper zelf verantwoordelijk is voor het verrichten van onderzoek voorafgaand aan de koop.

De Hoge Raad veroordeelde eiser tevens in de kosten van het cassatiegeding, die aan de zijde van verweerder nihil werden begroot. Hiermee is het arrest van het gerechtshof bekrachtigd en blijft de eerdere rechtspraak ongewijzigd.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof Amsterdam wordt bekrachtigd.

Uitspraak

8 juli 2011
Eerste Kamer
10/00477
DV/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Eiser 1],
2. [Eiseres 2],
beiden wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
1. [Verweerder 1],
2. [Verweerster 2],
beiden wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en [verweerder] c.s.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 133752/HA ZA 07-393 van de rechtbank Haarlem van 18 juli 2007 en 5 december 2007;
b. het arrest in de zaak 200.010.832/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 22 september 2009.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerder] c.s. is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser] c.s. toegelicht door hun advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] c.s. heeft op 22 april 2011 schriftelijk op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren F.B. Bakels, als voorzitter, W.D.H. Asser en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 8 juli 2011.